| |
|
|
| NIVEAU |
EUROPESE BENAMING |
BENAMING OSP |
DUUR |
|
|
| BEGINNERS |
Breakthrough A 1 |
RG 1.1 |
120 u. |
|
| |
Het absolute minimum: met zeer beperkte talige middelen communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften in de onmiddellijke omgeving. |
| |
Waystage A 2 |
RG 1.2 |
120 u. |
|
| |
Het overlevingsniveau: de taalgebruiker kan communiceren over vertrouwde onderwerpen die van persoonlijk belang zijn of betrekking hebben op zijn directe omgeving. |
|
| GEVORDERDEN |
Threshold 1 B 1 |
RG 2.1 |
120 u. |
|
| |
Threshold 2 B 1 |
RG 2.2 |
120 u. |
|
| |
Threshold 3 B 1 |
RG 2.3 |
120 u. |
|
| |
Threshold 4 B 1 |
RG 2.4 |
120 u. |
|
| |
Beperkte talige zelfstandigheid: de taalgebruiker kan communiceren in de meeste vertrouwde situaties, zij het nog met beperkte talige middelen. Hij kan de hoofdzaken van vertrouwde onderwerpen begrijpen, op voorwaarde, dat deze onderwerpen in klare standaardtaal geformuleerd zijn. |
|
| VER GEVORDERDEN |
Vantage B 2 |
RG 3.1
spreken/luisteren |
120 u. |
|
| |
Echte talige zelfstandigheid: de taalgebruiker kan vlot en adequaat commu-niceren. Hij kan een breed gamma onderwerpen aan. Hij kan een standpunt ver-dedigen en de voor- en nadelen van verschillende opties geven. |
| |
Effectiveness C 1 |
RG 4.1
spreken/luisteren |
120 u. |
|
| |
Uitgebreide talige zelfstandigheid: de taalgebruiker kan zonder al te veel moeite vlot en spontaan communiceren. Hij kan complexe onderwerpen aan. |
|
|
Niet van alle talen worden alle verschillende niveaus aangeboden. Details vindt
u op de pagina's per taal.
|
| |
|
|

Centrum voor
Volwassenenonderwijs |
|
|
|